Oostvaardersplassen

De Oostvaardersplassen ontstonden min of meer toevallig toen begin jaren zeventig,  
door
een teruglopende economie, een gepland industrieterrein bij Lelystad niet meer werd

ontwikkeld.

Het ongeveer 5600 hectare grote gebied werd omgetoverd tot een natuurgebied,
uitermate geschikt voor een grote variëteit aan vogels.

Om het gebied open te houden voor onder andere ganzen, werden er in 1983
34 heck runderen uitgezet als deel van het grote grazers project.

Dit werd in de jaren erna opgevolgd door het uitzetten van 18 konikpaarden (1984)
en 48 edelherten. (1992/1993)

Hiervoor was 2000 hectare droog land beschikbaar.

Doordat de grote grazers geen natuurlijke vijanden hebben in het Nederlandse natuurgebied,
zijn de populaties uitgegroeid tot gigantische proporties.

Op dit moment leven er zo’n 550 stuks heck runderen, 1200 konikpaarden en 2200 edelherten.

Door deze toename van grote grazers wordt het gebied en zijn draagkracht echter ernstig aangetast.

Bos en plantrijke gebieden veranderen in grote open vlaktes.

Resultaat hiervan is dat de populatie vogels (waar het gebied in de eerste instantie voor bedoeld was)
langzaam verdwijnt.

 

Doordat het landschap verandert en de populatie grote grazers toeneemt,
neemt het aanbod van voedsel in de winter af.

Gevolg is een ieder jaar terugkerende hongerwinter voor de grote grazers, aangezien de
normaal migrerende dieren, niet kunnen wegtrekken van de vlaktes door de aanwezigheid van een hekwerk.

 

Sterftecijfers lopen hoog op doordat ieder jaar honderden dieren verhongeren in het afgesloten gebied.




Duizenden dieren op een klein open gebied.





 





 

Een verhongerd paard op de vlakte.



 

Bomen worden kaalgevreten door herten en paarden.



 

Bomen worden kaalgevreten door herten en paarden.