Groep dierenleed OVP


Groep Dierenleed Oostvaarderplassen standpunt en feiten:

Is de huidige situatie in de OVP vergelijkbaar met andere jaren?

Nee, op basis van onafhankelijke vergelijkbare cijfers dient te worden geconcludeerd dat de huidige situatie nog erger is dan de situatie in voorgaande jaren. Werden er gedurende de periode 1 januari – 1 maart 2009 nog 245 edelherten, 70 konikpaarden en 10 heckrunderen als sterfgeval gerapporteerd (cijfers site Vara Vroege Vogels), voor dit jaar bedraagt de gerapporteerde sterfte blijkens het schrijven van de minister aan uw kamer gedurende de periode 1 januari – 10 maart al 450 edelherten, 190 konickpaarden en 46 heckrunderen.


Mogen wij er van uit gaan dat de wintersterfte thans achter de rug is?
 

Nee, de wintersterfte voor het gebied wordt gemeten over de periode 1 januari – 1 mei. Gedurende deze periode zijn er in het jaar 2009 totaal 574 edelherten, 226 konickpaarden en 141 heckrunderen door SBB als sterfgeval gemeld. Totaal derhalve 941 dieren terwijl het totale aantal sterfgevallen gedurende de periode 1 januari – 1 maart 2009 “slechts” 325 bedroeg. Reeds hieruit volgt dat de wintersterfte nog lang niet ten einde is. De ergste sterfte moet nog komen aangezien bij de meeste dieren de reserves geheel op zijn. Opmerkingen van kamerlid Thieme dat de eerste grassprieten reeds zichtbaar zijn en redding nabij is, stoelt helaas niet afdoende op waarheid. Naast dat deze opmerking aangeeft dat zij geen verstand heeft hoe de runderen grazen (immers: door de tong om een gewas heen te slaan, voor knabbelen aan sprietjes hebben herten en paarden overigens minder problemen) zal voor de grote groep aanwezige grazers deze aanwas van de komende maanden zeer onvoldoende zijn om aan te sterken.


Is de huidige situatie in de Oostvaardersplassen te vergelijken met de situatie in het buitenland?

Nee, ook in Schotland wordt voor dit jaar rekening gehouden met een grote uitval in verband met de strenge winter. In sommige gebieden wordt gevreesd voor het uitsterven van een hele generatie aan herten. Groot verschil met de Oostvaardersplassen is echter dat de sterfte in Schotland hoofdzakelijk plaats vindt onder de dieren jonger dan 1 jaar. Deze dieren hebben onvoldoende reserves kunnen opbouwen en zijn onvoldoende in staat de roedel te volgen naar de betere voedselgebieden. In het afgesloten terrein van de Oostvaardersplassen vindt de sterfte blijkens de foto’s niet alleen plaats onder de jonge dieren maar sterven ook vele volwassen dieren een hongerdood omdat ze door de aanwezigheid van een hek niet de mogelijkheid hebben door te trekken naar voedselrijkere gebieden. Volwassen dieren die in een gezonde verhouding een dergelijke winter goed zouden moeten overleven. Het argument van Staatsbosbeheer dat bij afschot familiebanden worden onderbroken, geldt in veel sterkere mate voor de huidige situatie waarin de hongerdood een rol speelt.


Wordt onnodig lijden zoveel mogelijk voorkomen door voldoende tijdig in te grijpen?

Nee, tijdens rondgangen door het gebied zijn dermate hoge aantallen stervende dieren aangetroffen, dat het onmogelijk zo kan zijn dat dit toevalstreffers zijn dan wel dat dit een te verwaarlozen marge betreft. Van de aangetroffen dode edelherten bleek slechts een klein aantal aantoonbaar door de beheerder uit hun lijden verlost. SBB is overeenkomstig het ICMO-rapport verplicht een reactief beleid uit te voeren, waarbij het merendeel der dieren dat om welzijnsredenen dient te worden afgeschoten op het moment van afschot nog moet kunnen staan. Veel beter zou zijn dat dergelijk winteringrijpen überhaupt niet noodzakelijk is.


Hebben de politici zitten slapen?

Ja, maar niet alleen dat: de beheerder van de Oostvaardersplassen is er in geslaagd ze een te rooskleurig beeld te schetsen. Op de website
www.oostvaardersplassen-sterfte.nl staat een groot aantal beelden die daags na de besproken televisie-uitzending zijn gemaakt. Te zien zijn grote stapels edelherten die met behulp van een kraan in containers worden gedumpt. Niet geheel toevalligerwijs is dit gebeurd vlak voor het door de Partij voor de Dieren aangekondigde werkbezoek. Vervolgens heeft de Partij voor de Dieren zich door de beheerders gewillig door het keurig opgeruimde gebied laten leiden: alle gebieden met creperende dieren daarbij zorgvuldig mijdend. Wij gaan er van uit dat in het kamerdebat van aanstaande woensdag door het demissionair kabinet de juiste beslissingen genomen worden om op korte termijn erger dierenleed te voorkomen.


Nederland heeft een Partij voor de Dieren. Waarom springt deze partij niet op de bres?

Wij gaan er van uit dat deze Partij niet volledig geïnformeerd is. In het programma 1-Vandaag heeft u kunnen zien, dat zelfs haar eigen lijstduwer (Dr. Dirk Boon, oud-hoogleraar Dier&Recht)
de praktijken in de Oostvaardersplassen als "mislukt experiment" beschouwd, in strijd met de Wet acht en de halstarrigheid van SBB als pedant omschrijft. Wij gaan er van uit dat de Partij van de Dieren geen partijpolitiek bedrijft over de rug van de grote grazers in de Oostvaarderplassen: laat mevrouw Thieme haar haat tegen jagers niet prevaleren boven het belang van deze dieren. Dit bericht is overigens niet bedoeld als hetze tegen de Partij voor de Dieren: haar doelstellingen
voor een samenleving die op een verantwoorde wijze met dieren omgaan steunen wij. Daarom bevreemdt het huidige starre standpunt ons des te meer.


Is hier niet eerder een proces over gevoerd?

Ja, de Dierenbescherming heeft eerder een proces tegen Staatsbosbeheer over deze kwestie gevoerd. Nauwkeurige bestudering van de processtukken, het vonnis en het arrest in de rechtszaken, destijds door Dierenbescherming aangespannen, wekken - voorzichtig uitgedrukt - niet bepaald de indruk dat Dierenbescherming haar vordering ook daadwerkelijk door de rechter toegewezen heeft willen zien.

Een voorbeeld is het onweersproken laten van essentieel belangrijke, maar foute (of op z'n minst twijfelachtige/suggestieve informatie) door SBB ten processe aangevoerd. Opmerkingen onzerzijds zijn cursief en in blauw toegevoegd. Bepaalde belangrijke delen zijn vet door ons weergegeven. Kort samengevat, luidt het vonnis, dat Dierenbescherming haar eisen onvoldoende kon onderbouwen. De aangevoerde stellingen worden in tegenstelling tot de genoemde procedure nu wèl door beelden en zonodig getuigenverklaringen onderbouwd.

Een voorbeeld: De rechtbank ging uit van onjuiste (en door eiser Dierenbescherming niet weersproken) feiten:

I. De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 3 maart 2006 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn in het kader van de ecologische ontwikkeling van de Oostvaardersplassen (een natuurgebied met een oppervlakte van ongeveer 5600 ha),(dit had door eiseres Dierenbescherming beslist moeten worden gepareerd met: “5.600 hectare, waarvan door de grote wateroppervlakken slechts ca. 2.000 ha geschikt zijn als biotoop voor de grote grazers" onder meer kleine aantallen heckrunderen en konikpaarden uitgezet. Begin jaren negentig van de vorige eeuw zijn daar edelherten bijgekomen. In januari 2005 bedroeg de populatie van deze dieren ongeveer 665 heckrunderen, 880 konikpaarden en 1550 edelherten (tezamen 'grote grazers' genoemd).

(...)

De Dierenbescherming heeft tegenover de stellingen van gedaagde — waaronder de stelling dat het Predatormodel ten opzichte van vorig jaar nog is aangescherpt, waardoor meer dan vorig jaar uitzichtloos lijden zal worden voorkomen- onvoldoende onderbouwd dat dit jaar inderdaad grote aantallen grote grazers van honger dreigen te sterven.

Weliswaar heeft de Dierenbescherming onweersproken gesteld dat in 2005 22% van de edelherten, 14% van de konikpaarden en 34% van de heekrunderen is omgekomen, maar daarbij dient te worden aangetekend dat — zoals gedaagden onbetwist hebben gesteld- van deze gestorven dieren 65% is gestorven door middel van afschot en dus niet zijn verhongerd alsmede dat onder de 35% dieren die niet door afschot zijn gestorven ook de dieren zijn die naar verwachting ook zonder extreme omstandigheden op korte termijn zouden zijn gestorven wegens zwakheid en/of ouderdom. De stelling dat dit jaar grote aantallen dieren van honger dreigen te sterven is aldus onvoldoende aannemelijk geworden. Dierenbescherming heeft nagelaten deze voor betwisting zeer vatbare getallen te betwisten. Het gaat er bijvoorbeeld om, hoe de overige 35% precies overleden is en of het getal van 65% klopt.

Ook in hoger beroep neemt Dierenbescherming niet de kans waar een belangrijke onjuistheid te herstellen:

Beoordeling van het hoger beroep

1.1 Aangezien geen grieven zijn gericht tegen de feiten die de voorzieningenrechter onder de rubriek 1. De feiten heeft samengevat, zal ook het hof van deze feiten uitgaan.
1.2 Het gaat in deze zaak om het volgende. In de Oostvaardersplassen (een natuurgebied met een oppervlakte van ca. 5600 ha), zijn heckrunderen, konikpaarden (hiema tezamen: de grote grazers) en edelherten uitgezet.

Bronnen:
www.staatsbosbeheer.nl/.../vonnis_kort_geding_Dierenbescherming.ashx en www.staatsbosbeheer.nl/.../Hoog_beroep_Dierenbescherming_feb2007.ash...



Blijven de kadavers van de edelherten in het gebied?

Nee, dit lijkt slechts gedeeltelijk het geval omdat een dermate klein gebied het grote aantal gestorven herten niet kan herbergen. Op de getoonde foto’s lijkt duidelijk zichtbaar dat de herten worden verzameld in containers om vervolgens ter destructie te worden aangeboden. E.e.a. is in strijd met de door SBB afgegeven verklaring dat de dode herten allemaal binnen het gebied blijven en uitsluitend worden verplaatst om het publiek te ontzien. Staatsbosbeheer geeft aan dat de kadavers elders in het gebied verspreid worden. Naar onze mening is dit niet mogelijk en zouden wij graag willen dat deze locaties aan onafhankelijke deskundigen getoond worden. Overigens: in tegenstelling tot de paarden en runderen (die onder de veewet vallen) is SBB niet verplicht de kadavers van de herten op het terrein te houden.


Is juist deze vorm van beheer niet zuiver natuurlijk?

Nee, integendeel. In een zuiver natuurlijke situatie spelen predatoren een voorname rol. Juist in de zomermaanden zullen dan veel (weinig weerbare) jonge dieren het slachtoffer worden van predatie door bijvoorbeeld wolven, beren en lynxen. Aangezien het gebied in de zomer een overdaad aan voedsel heeft en grote predatoren volledig ontbreken, is de mortaliteitsgraad onder jonge dieren erg klein zodat de populatie
met een onnatuurlijk groot aantal de voedselschaarse wintermaanden in gaan.


Is er voldoende aanbod van ruwvoer?

De beelden tonen het reeds aan. Bij het gros van de dieren zijn te kenmerken van systematische ondervoeding duidelijk te herkennen. Ook het feit dat vele bomen rondom volledig van hun bast zijn ontdaan duidt op de afwezigheid van vezelrijk voedsel. Evident is daarbij, dat een onherstelbare schade aan de aanwezige flora wordt aangebracht hetgeen niet alleen ten nadele is van bijvoorbeeld bodembroedende vogelsoorten of insecten, maar ook - door het afsterven van bomen - de in het ICMO-rapport voorgeschreven beschutting wegneemt.


Is bijvoeren een methode om dit leed te voorkomen?

Nee, door bij te voederen ontstaan alleen maar grotere groepen dieren op een in essentie te kleine oppervlakte. Deze grotere hoeveelheid dieren zal uiteindelijk dienen te worden weggenomen om een voor de algehele flora en fauna van het gebied zo goed mogelijk natuurlijk evenwicht te bereiken. Door een gemis aan grote predatoren zal het zonder menselijk ingrijpen overigens onmogelijk zijn om tot een volledig natuurlijk evenwicht te komen. Uitgangspunt moet altijd zijn, dat de grootte van de populatie is aangepast op de winterdraagkracht van een dergelijk gebied - zonder bij te hoeven voederen.


Zal jaarrond ingrijpen leiden tot stress bij de dieren?

Nee, het selectief wegnemen van dieren in de periode dat er nog voldoende dekkingsmogelijkheden zijn zal niet leiden tot een stressvolle situatie. Juist het huidige beleid van afschieten en met groot materieel afvoeren van stervende dieren in een jaargetijde dat het gebied volledig kaal en desolaat is, zorgt voor onrust. Met name in deze winterperiode is het van groot belang dat de dieren zuinig met hun energievoorraad omgaan en zo weinig mogelijk met verstoringen te maken krijgen. Overigens wordt het argument van Staatsbosbeheer met betrekking tot stress teniet gedaan door de aan haar verstrekte vergunning om met geluidsdempers te schieten (http://www.faunafonds.nl/index.asp?p=295).


Zal menselijk ingrijpen geen verstoring in de familiebanden teweeg brengen?

Nee, juist door de populatie regelmatig te monitoren zijn de beheerders zich bewust van de familiebanden en afdoende in staat individuele dieren die voor verwijdering in aanmerking komen te herkennen en te selecteren. Voor het beheer van edelhertenpopulaties bestaan bovendien hoogwaardige opleidingen welke door de beheerder aan zijn medewerkers kunnen worden aangeboden. Staatsbosbeheer geeft aan dat deze kennis niet in huis is. Wij kunnen ons voorstellen dat zij hulp inroepen van bijvoorbeeld Duitse zusterorganisaties die deze kennis wel in huis hebben.


Wat kost het beleid van SBB?

Volgens uitlatingen van SBB kost hun (volledige) beleid € 7,- per hoofd van de bevolking in Nederland. Een vergelijkbare zusterorganisatie in Duitsland heeft enige jaren geleden vanuit de regering opdracht gekregen om uit de rode cijfers te komen. Deze opdracht is nagenoeg vervuld, onder meer doordat functies worden uitbesteed aan natuurbeheerders. De eisen met betrekking tot vakkennis van de beheerders die deze verantwoordelijkheid uitvoeren dienen uiteraard groot te zijn, en zij zullen gemonitord moeten worden door onafhankelijke deskundigen.


Is de uitvoerder voldoende transparant met betrekking tot het gevoerde ICMO-beleid?

Staatsbosbeheer schermt met de ICMO-rapportage waaraan men zou voldoen. Om de volgende redenen is dat naar onze mening niet het geval. De aanbevelingen in het ICMO-advies zijn overigens bindend voor Staatsbosbeheer en de directeur heeft zich persoonlijk garant gesteld voor uitvoering.

De minister nam de suggestie van de Kamer over om een bindend advies te vragen aan internationale deskundigen.
Dit advies 'Reconciling Nature and Human Interests, advice of the International Committee on the Management of large herbivores in the Oostvaardersplassen (ICMO)' onder leiding van drs. Dzsingisz Gabor is op 22 juni 2006 gepresenteerd aan minister Veerman. De aanbevelingen van de commissie sluiten aan bij het eerdere gezamenlijke advies van RLG en RDA. De minister neemt de aanbevelingen over." bron:
www.rlg.nl/adviezen/058/058_icmo.html



Onderstaand een aantal uitgelichte punten:

· ICMO adviseert het begrazingsbeheer jaarlijks te evalueren. Van alle dieren die worden afgeschoten of een natuurlijke dood sterven moet het tijdstip van sterfte, de conditie en het ziektebeeld gedurende het gehele jaar worden geregistreerd. Jaarlijks dient volgens ICMO een rapportage met deze gegevens openbaar worden gemaakt zodat het succes van dit beleid kan worden beoordeeld en het beleid inzichtelijk is voor publiek. Deze rapportages zijn ons niet bekend en wij sturen aan op een onafhankelijke commissie die dit moet monitoren.

· Staatsbosbeheer heeft aangegeven: “Ter uitvoering van aanbeveling 1 stelt Staatsbosbeheer nog in 2006 een ontwikkelingsvisie vast voor de Oostvaardersplassen. Op basis van deze visie stelt Staatsbosbeheer in 2007 een beheerplan op, waarin de doelstellingen voor het gebied zijn gepreciseerd en maatregelen voor het interne en externe beheer worden beschreven. Om intensiever en efficiënter afschot mogelijk te maken, vergroot Staatsbosbeheer de capaciteit van medewerkers die bevoegd en opgeleid zijn om dieren af te schieten (aanbeveling 2). “. Er zijn in den lande voldoende boswachters beschikbaar, die ondersteuning aan het afschot zouden kunnen geven. Zoals hierboven aangegeven, zou SBB ook gebruik kunnen maken van Duitse boswachters die adequaat en snel met deze problematiek om kunnen gaan. Het niet overgaan tot deze maatregelen leidt tot verwijtbaar gedrag.

· Staatsbosbeheer is verplicht overleden dieren op hun doodsoorzaak te onderzoeken. Naast het bovenstaande, zijn wij benieuwd naar welke dierenartsen door SBB voor deze taak ingesteld zijn en wat hun vergoeding is.




Geeft het persbericht van Staatsbosbeheer d.d. 12-03-2010 een goed beeld van de situatie?

Onderstaand treft u de volledige inhoud van het persbericht aan. Cursief en in blauw vindt u ons commentaar op een aantal punten.


Persbericht
Donderdag 11 maart bracht
EenVandaag een item over de Oostvaardersplassen, natuurgebied tussen Lelystad en Almere waar kuddes wilde edelherten, konikpaarden en Heckrunderen in vrijheid leven. Er waren beelden te zien van kadavers die werden verplaatst en ook een jong edelhert dat sterft. We beseffen dat het emotionele beelden zijn, het is zeer onprettig om dieren te zien sterven of om dode dieren te zien, of dat nu in een slachthuis, op een boerderij, in een natuurgebied of door jacht komt.

Het item is helaas selectief. Staatsbosbeheer betreurt dat de focus alleen ligt op het sterven van dieren en dat het vrije leven dat de dieren in het natuurgebied leiden, niet wordt besproken. Momenteel is het Oostvaardersbos rustgebied voor de edelherten, waar bezoekers alleen op de wegen en paden mogen lopen zodat de edelherten zich terug kunnen trekken in de beschutting.

Een van de pijnlijkste beelden is het moment dat een meneer, buiten de paden, dwars door het rustgebied van de edelherten loopt en daarmee een edelhertkalf opjaagt. Het edelhert verdrinkt even later bijna in het water. Boswachters moesten het dier een kwartier later alsnog uit zijn lijden verlossen. Staatsbosbeheer is boos over het feit dat het edelhert is verstoord, waarna het minutenlang in een benarde positie verkeert. Vervolgens onderneemt men geen actie. Staatsbosbeheer is niet gebeld zodat het dier uit zijn lijden kon worden verlost. Het bewuste edelhertkalf is nog geen 15 minuten nadat deze opnamen zijn gemaakt door Staatsbosbeheermedewerkers gevonden en doodgeschoten.

“Het is eerder pijnlijk, dat Staatsbosbeheer zich elke keer beroept op het feit dat de dieren in de rustgebieden verstoord worden. Op deze wijze is externe controle – waar de roep steeds groter om wordt – onmogelijk. Er verkeert een dusdanig groot aantal dieren in een doodstrijd, dat de opmerking dat dit edelhert verstoord werd een gotspe is. Staatsbosbeheer is niet gebeld? Staatsbosbeheer dient dergelijke situaties te voorkomen! De gevonden aantallen stervende of door hongerdood gestorven dieren is van dien aard, dat niet aangenomen kan worden dat deze in de 10%-marge vallen.”


Wilde dieren
Momenteel is een strenge winter bijna ten einde. Nu wordt in de natuur duidelijk welke dieren het voorjaar gaan halen en welke niet. Dat gebeurt niet alleen in de Oostvaardersplassen, maar overal in de natuur. Sommigen vinden dat het in de Oostvaardersplassen niet om wilde dieren maar om gehouden dieren gaat die sterven omdat er hekken om het gebied staan. Dit argument houdt echter geen stand. Ook wilde herten in uitgestrekte gebieden, zoals in Schotland, gaan in strenge winters, in groten getale, dood. Dus hekken of niet, dieren gaan dood in de winter, ook in niet-omheinde gebieden. Net als roerdompen, ijsvogels, pimpelmezen, reeën, egels, meerkoeten, muizen en andere dieren die niet gehinderd worden door hekken. Alleen is dit meestal niet erg zichtbaar.

“Herten in Schotland komen volgens een verklaring van prof. R.J. Putman deze winter veelal door andere doodsoorzaken dat honger om het leven. De situatie aldaar is niet vergelijkbaar met de Oostvaardersplassen. De herten in de Oostvaardersplassen hebben het uitzicht vanachter de hekken naar goed wintervoedsel, maar worden tegengehouden door een hek, het argument is wel degelijk steekhoudend. Van dat afzonderen hebben wij weinig geconstateerd, getuige de vele dode herten tussen hun nog levende broeders. Het zo snel mogelijk doden door de boswachters hebben wij alleen geconstateerd vlak voor het bezoek van mevrouw Thieme. “

Richtlijnen
In de Oostvaardersplassen zijn de dieren en hun natuurlijke gedrag goed te zien. Volgens de richtlijnen zoals vastgelegd door het ICMO (the International Commitee for the Management of the Oostvaardersplassen) worden de dieren die het niet gaan halen gedood. Maar we beseffen ook dat het in een dusdanig groot gebied niet mogelijk is om alle dieren tijdig te vinden. Dieren in hun laatste levensfase zonderen zich van nature af van hun soortgenoten. Het merendeel van de dieren die sterven wordt door de boswachters zo snel mogelijk gedood.

Schieten of natuurlijke regulatie
Er zijn verschillende manieren om met grote aantallen dieren om te gaan. Of je kiest ervoor om dieren door middel van jacht te beheren, zoals op de Veluwe. De dieren worden dan preventief geschoten, dat wil zeggen, dat de mens actief ingrijpt in de aantallen dieren door gezonde dieren af te schieten. De mens bepaalt dan welk dier blijft leven en welk niet. Je kunt ook kiezen voor natuurlijke regulatie, dat houdt in dat de natuur de zwakke dieren aanwijst.

“Het voordeel van preventief beheren is dat de mens in staat is deze taak goed uit te voeren door de al lang vergaarde kennis van zaken. Het is daarbij zo, dat het wild dan minder hoeft te lijden, doordat de restpopulatie gezond kan blijven en de voedselconcurrentie niet aanwezig is. Als de natuur zelfregulatie moet toepassen op een gebied waar totaal geen hap te eten meer is, zullen ook de dieren omkomen die in het reguliere beheer nooit zouden zijn geschoten. Het roodwild op de Veluwe ziet er vele malen beter uit dan het roodwild op de Oostvaardersplassen, ook het gedrag is totaal verschillend. De dieren in de Oostvaardersplassen bewegen nauwelijks door hun honger, terwijl het roodwild op de Veluwe in weelde leeft en ze ook deze winter dartelen in de sneeuw. Ook de beharing van het Veluwshert is korter dan die van de herten op de Oostvaardersplassen, omdat de Veluwse herten hun vetvoorraad goed op peil hebben en een dunnere jas al genoeg is. Het apathische gedrag dat wij hebben waargenomen op de Oostvaardersplassen bij het roodwild en met name bij alle manlijke dieren, is ondenkbaar bij het roodwild op de Veluwe.

Het argument dat de natuur de zwakke dieren aanwijst snijdt geen hout, en geeft goed weer dat feiten door SBB verdraaid worden. De praktijk laat immers zien dat de mannelijke herten die aan de bronst meedoen, door uitputting van de najaarsbronst nu als eerste aan honger overlijden, doordat het gebied te weinig draagkracht voor de populatie heeft. Hoezo de zwakke dieren? Zo'n hert is niet voor niets plaatshert. Een sociaal belangrijke groep binnen een roodwildpopulatie: deze mannelijke herten van 5 tot 12 jaar oud. Niet voor niets een klasse waarin op bijvoorbeeld de Veluwe zo min mogelijk wordt gereguleerd. Deze dieren hebben echter geen mogelijkheid om bij te vreten na de bronst. Oudere herten zijn dit jaar niet meer door ons waargenomen, hetgeen niets meer met een natuurlijke situatie van doen heeft. “

Door de overheid is voor de Oostvaardersplassen gekozen voor natuurlijkheid en dus geen preventief (ook wel proactief genoemd) kuddebeheer toe te passen. Staatsbosbeheer ondersteunt deze keuze. Volgens Staatsbosbeheer is preventief ingrijpen zo ingrijpend in de sociale structuur van de groepen dieren dat dit voor de Oostvaardersplassen ongewenst is.

“Dit is geen goede gedachte. Alsof uithongeren een betere optie is dan een snelle kogel. Juist ingrijpen met de kogel, kan een goede structuur gehandhaafd blijven door kundig handelen door kundige beheerders. Door uithongeren blijven de sterkste niet altijd over. Indien het lijden van een populatie kan worden samengevat als (A) de gemiddelde tijdsduur van het lijden van een individueel dier maal (B) het aantal dieren in de populatie , dan wordt direct duidelijk dat het lijden van de totale populatie bij dit beleid zéér veel groter is dan het lijden in geval van een goed pro-actief kuddebeheer. Het lijden van een dier is daarin nul of zeer miniem, er van uitgaande dat het te verwijderen dier deskundig geschoten wordt. “

Bovendien wordt bij preventief beheer elke vorm van natuurlijke selectie uitgesloten. Het is namelijk moeilijk om als mens te bepalen welke dieren nu ‘de beste of de zwakste zijn’ en te kiezen welk dier dood te schieten.

“Natuurlijke selectie is dan niet meer nodig, mits het beleid goed wordt uitgevoerd. Slechte beheerders met weinig kennis van zaken zullen inderdaad moeite hebben bij het goed aanspreken van het wild om te kijken of ze wel of niet in aanmerking komen voor afschot, maar een goed beheerder heeft daar geen moeite mee. Ervaring op dit gebied kan Staatsbosbeheer ook uit landen met een ruime ervaring op dit vlak halen.”

De natuurlijke selectie speelt dan geen rol meer, waardoor je geen verdere aanpassing in de populatie hebt. Op de Veluwe werden het afgelopen jaar 925 van de ruim 2000 edelherten doodgeschoten. Ter vergelijking, in de Oostvaardersplassen zijn er dit jaar 450 van de 2172 doodgegaan.

”De natuurlijke selectie hoeft dan ook geen rol meer te spelen, omdat deze bij ter zake kundig afschot op een juiste manier is nagebootst en juist wèl een goede aanpassing is in de populatie, omdat door uithongeren juist makkelijker de verkeerde kunnen omrollen. SBB geeft nu zelf aan dat door te zachte winters veel dieren overleven ( 450 van de 2172 ) Daar zal SBB dan wel trots op kunnen zijn, maar daar doen ze de restpopulatie geen plezier mee, omdat de voedselconcurrentie dan weer om de hoek komt kijken en dieren weer moeten gaan lijden. Op de Veluwe is dit, door voldoende dieren weg te nemen, niet het geval waarbij de dieren daardoor een heel wat prettiger leven leiden dan op de Oostvaardersplassen het geval is. “

De cruciale vraag is dan ook: accepteren wij als mensen dat de natuur zich zelf reguleert in de Oostvaardersplassen of willen we liever de mens preventief in de populatie laten ingrijpen door middel van jacht? Staatsbosbeheer is voorstander van het eerste.

“Deze vorm van zelfregulatie is verwerpelijk, omdat nu heel duidelijk is bewezen dat niet alleen de ziek zwak en misselijke dieren omrollen, maar ook veel prachtige zogenaamde toekomstdieren, die in regulier beheer nooit geschoten zouden worden. Juist door het aanwezige hek worden de dieren te veel beperkt om maar een kans op overleven te hebben. Er zijn domweg te veel dieren op een te kleine ruimte, waardoor al lang niet meer over zelfregulatie gesproken kan worden, omdat de grens van het voedseltekort ongekend ver van de werkelijkheid ligt. Aangezien Staatsbosbeheer zelf aangeeft dat zij de dieren niet goed aan kan spreken en niet tijdig ingrijpt, ontstaat een zeer onwenselijke situatie waar deze grote grazers het treurige slachtoffer van zijn.”